Een moeilijke start
In de beginjaren bleef het scheepvaartverkeer ontgoochelend
laag: elk jaar ontving Zeebrugge 200 à 250 schepen. Dit was hoofdzakelijk te
verklaren door het gebrek aan terugvracht voor de schepen het ontbreken van
adequate weg- en spoorverbindingen en de geringe hinterlandindustrie. Ook de
verwachte transatlantische passagiersdiensten kenden niet het verhoopte grote
succes. Er werden wel een tweetal regelmatige lijndiensten ingelegd: de
passagiersdienst die 2 maal per week Zeebrugge met Hull verbond en een
regelmatige verbinding met Rotterdam. De belangrijkste industriële vestiging uit
die periode was de Cokesfabriek.
De
wereldoorlogen
Ten behoeve van de rijke (vooral Duitse) cruisepassagiers van
de Hamburg-America-lijn werd op de Zeedijk van Zeebrugge door de MBZ het
imposante “Palace Hotel” opgetrokken. Minister Van de Vijvere die het gebouw in
1914 plechtig inwijdde, besloot zijn rede met de woorden: “…en dat de Duitsers
nu maar vlug afkomen!” 11 dagen
later kwamen ze inderdaad, maar dan wel in uniform.
De Duitsers hebben tijdens de Eerste Wereldoorlog het belang
van de strategische ligging van Zeebrugge bewezen. Zij maakte van Zeebrugge en
Brugge de uitvalsbasis voor een gedeelte van hun vloot U-boten. In de haven van
Brugge werden daarvoor ter bescherming van de duikboten bunkers gebouwd en de
havendam werd verdedigd met zware artillerie. De toegang tot de haven werd
bovendien gedeeltelijk geblokkeerd met een viertal barges die met netten en
kettingen aan elkaar waren vastgemaakt. De totale Duitse troepenmacht in
Zeebrugge was 1000 man sterk. Omwille van de grote risico’s die een aanval op
Zeebrugge met zich mee zou brengen aarzelde het Britse leger tot in 1918 om tot
actie over te gaan. Ze werden daartoe eigenlijk verplicht: in 1917 waren de
Duitse U-boten erin geslaagd met 6 miljoen ton geallieerde schepen tot zinken te
brengen. Op 22 april 1918 had Viceadmiraal Keyes het bevel over 168 schepen en
kleine vaartuigen en een troepenmacht van 1.800 man. De aanval op Zeebrugge
begon met een afleidingsmaneuver: 3 kruisers, waaronder het schip,
de”Vindictive” bestormden de havendam om het Duitse zwaar geschut uit te
schakelen. Ondertussen probeerden 3 kruisers gevuld met cement de havenmond voor
de zeesluis te bereiken om ze daar tot zinken te brengen zodat het voor de
U-boten onmogelijk zou worden nog uit te varen. De aanval was een succes, de
Engelsen slaagden erin 2 van de 3 kruisers net voor de sluisdeur tot zinken te
brengen. De slag om Zeebrugge wordt in de haven nog elk jaar herdacht op
Saint-George's day.
Het passagiersschip Baudouinville van de de rederij CMB vertrekt naar Congo-1954.
Na de Eerste Wereldoorlog was de haven een puinhoop. De
bergings- en herstellingswerken werden uitgevoerd door de firma Decloedt. In
1920 kon de haven opnieuw schepen ontvangen; de lijn Zeebrugge-Hull werd hervat
en er kwam nog een nieuwe belangrijke lijndienst bij: de treinferry dienst naar
Harwich. Langs het zeekanaal werd in 1925 de glasfabriek van Glaverbel
operationeel.
Zeebrugge was ook een aantal keren de vertrekhaven voor de
vloot van Congoboten van de Compagnie Maritime Belge. Daarmee werd bewezen dat
Zeebrugge de grootste schepen kon ontvangen ondanks de verzandingsproblemen
waarmee de haven werd geconfronteerd. In 1929 besliste de Belgische regering
echter de kosten van de baggerwerken in alle Belgische havens op zich te nemen
wat het havenbestuur nieuwe financiële ademruimte bood. In dat zelfde jaar
liepen meer dan 1000 schepen Zeebrugge aan en werd meer dan 1 miljoen ton goederen behandeld.
De jaren 30
betekenden een stap terug: de economische crisis sloeg wereldwijd toe en de
spanningen tussen het havenbestuur en de Stad Brugge liepen hoog op. Twee grote
persoonlijkheden uit de geschiedenis van de haven slaagden erin de plooien glad
te strijken: Pierre Vandamme, de latere burgemeester van Brugge en voorzitter
van MBZ, en Achille Van Acker, socialistisch politicus en latere eerste minister
van België.
In de tweede helft van de jaren 30 kwamen er in Zeebrugge nog een
bunkerstation, een melasseterminal, een brandstofterminal en een staalfabriek
bij. Het zwaartepunt van de havenactiviteit verschuift zich van de binnenhaven
in Brugge naar de voorhaven op de kust.
Havenplan 1907
In de Tweede wereldoorlog speelt
Zeebrugge een eerder bescheiden rol. Net voor de komst van de Duitsers worden
enkele schepen op strategische plaatsen afgezonken en worden de sluisdeuren
opgeblazen. De Duitsers herstelden de schade en maakten van Zeebrugge een
versterkte burcht die ze opnamen in hun Atlantikwal. Toen de bevrijding in zicht
kwam begonnen ze de haveninstallaties systematisch te vernietigen behalve in
Brugge waar ze op tegenstand van het verzet botsten. De haven was echter
grotendeels verwoest en Zeebrugge was voor de tweede maal aan een heropbouw
toe.