1951-1970
Het moderne Zeebrugge
Na de oorlog kwam de scheepvaart maar langzaam terug op gang, pas in 1951 waren alle herstellingswerken beëindigd. Uit de jaren ’50 onthouden we vooral de industriële vestigingen in de binnenhaven van Brugge met o.a. de bloei van de scheepswerven (Rederij Hermans, Scheepswerven van Vlaanderen), de belangstelling van de Griekse reder Onassis en de Suez-crisis van 1956 waardoor Zeebrugge aanpassingswerken uitvoerde om de nieuwe grotere petroleumtankers te kunnen ontvangen.
In 1961 werd de Sinclair Petroleum Terminal operationeel en in 1962 werd het Prins Filipsdok in gebruik genomen.
De echte doorbraak voor Zeebrugge kwam er in de tweede helft van de jaren ’60 samen met de tweede maritieme revolutie: schaalvergroting van de schepen en de opkomst van nieuwe technieken om eenheidsladingen te behandelen: het roll-on/roll-off verkeer en de containerisatie.
De Britse rederij Townsend-Thoresen
organiseert vanaf 1964 ferrydiensten vanuit Zeebrugge voor passagiers en vracht
naar Dover en Felixstowe. In 1972 start North Sea Ferries een regelmatige
ferryverbinding met Hull.
Omdat Antwerpen ontoegankelijk was voor de
nieuwe mammoettankers, koos het Amerikaanse bedrijf TEXACO voor Zeebrugge als
aanleghaven vanwaar een pijpleiding vertrok naar hun raffinaderij in Gent. De
eerste tanker liep in 1968 de haven aan.
In datzelfde jaar ging de eerste
containerdienst van FerryBoats naar Harwich van start op de Short Sea
Containerterminal. In 1971 behandelde men voor het eerst intercontinentale
containerschepen op de Ocean Containerterminal Zeebrugge, op het nieuw
aangelegde Westelijk Schiereiland.
De vooruitgang die Zeebrugge boekte dwong de overheid ertoe een verdere uitbouw van de haven te bestuderen. Er volgden diverse plannen waarvan we de belangrijkste aanstippen:De werkgroep RA, het Harrisplan, het Project Mortelmans, het Voorstel Gys-Cuypers, het Project Zeestad. De Minister van Openbare werken besliste in 1968 de Commissie Verschaeve op te richten voor het bestuderen van de verdere uitbouw van Zeebrugge.
Deze studie ondervond tegenstand vanuit Antwerpen maar ook vanuit Wallonië dat economische compensaties eiste.
Aan het getouwtrek kwam in 1970 een definitief einde toen het raamcontract voor de grote uitbouw van Zeebrugge werd goedgekeurd